
Nou weten we dat de taal van de politiek niet de taal van de mensen van de straat of pakweg uit het onderwijs is.
Ze gebruiken in de politiek allerlei termen die niemand begrijpt, en dat zijn vaak eufemismen van eufemismen.
Dat maakt het begrijpen van die politici er niet makkelijk op.
Voorbeeld: als een politicus zegt "het ligt niet voor de hand om hetgeen door de eerbiedwaardige collega aan de overzijde zojuist in een amendement is voorgesteld gelijk te omarmen als zijnde een zinvol voorstel" dan bedoelt hij "nee".
De lange zin is politieke taal, en "nee" is "Jip en Janneke-taal" oftewel; taal die de bakker ook begrijpt.
Er zijn journalisten die hier serieus wat aan proberen te doen.
"Op mijn visitekaartje staat dat ik journalist ben. Maar bij dit soort interviews ben ik eigenlijk vertaler. Je hebt vertalers Nederlands-Frans, vertalers Nederlands-Engels en .. vertalers Nederlands-Nederlands.
Als ik voor de krant met een politicus praat, vertaal ik zijn koeterwaalse Nederlands van de politieke sociëteit in gewoon Nederlands dat ook mijn kaasboer begrijpt. En als ik ze uitnodig in mij programma, praat ik langdurig vooraf met ze om ze goed in te peperen dat ik uit naam van mijn kaasboer hun onverteerbare Haagse boeventaaltje niet pik.
Die kaasboer is overigens niet stom hoor, helemaal niet zelfs, hij moet alleen z'n winkel runnen en heeft dus geen tijd om de hele dag in de Tweede Kamer rond te lopen om dat speciale politieke Nederlands te leren."